In de wolken

De luxe 7-persoons auto brengt ons naar Senaru in het noorden van Lombok. Achterin zit Matt, een prettig gestoorde Amerikaan, die tijdens een BBQ in Together Homestay spontaan besloot met ons mee te gaan op avontuur. Morgen starten we met de beklimming van de 3.7 kilometer hoge Rinjani vulkaan. Er is ons verzekerd dat we het aankunnen door een Zweed die de tocht net had gedaan. Goede schoenen en een portie doorzettingsvermogen zouden voldoende moeten zijn.

In Senaru krijgen we een hotelkamer voor 3 personen. We herpakken onze backpack een beetje, zodat we voldoende kleding in een daypack klaar hebben liggen. In Senaru moet een mooie waterval zijn. Dus wandelen we daar nog even heen. In het bos heb ik bijna een beet van een aap in mijn kuit. Gemene beesten zijn dat overal in Azië! Apen zullen voor ons nooit meer hetzelfde zijn!

Terug in het hotel maken we kennis met drie Frans-Canadese meiden en een Brabantse, Kyra. We gaan vroeg naar bed en staan de volgende ochtend om half 6 klaar voor het ontbijt. Daarna is het opschieten, achterop de pick-up en richting rangerstation, waar we ons officieel inschrijven. Tegen de tijd dat we echt op weg gaan brandt de zon al door de zonnebrand heen. We hebben een gids en vier porters om ons te begeleiden. De porters (nota bene op slippers) verdienen een lintje, want zij sjouwen onze tenten, reserve-water en voedsel voor 3 dagen. Hiervoor gebruiken ze rieten manden die aan weerszijden van hun schouder aan een bamboostick hangen. Denk aan ongeveer 40 kilo dat de bamboe op je blote schouder drukt. Bergop. Meer rotsen dan wandelpaden. Oef.

Na de lunch zitten we al hoger op de vulkaan en een motregentje begint. Het pad gaat nu steil omhoog met traptreden van boomwortels. De vermoeidheid slaat de groep uiteen. Iedereen klimt in zijn eigen tempo. De gids blijft een eerlijke motivator: come on, just 2 hours left, then it will flatten out. We proberen het einde van de helling te zien, maar als we een plateautje bereiken, ligt daarboven een nieuw niveau te wachten. Het laatste stuk hobbelen we met stramme benen over een bergkam. Op 2600 meter hoogte staan de tenten al klaar. Voor het eten kijken we naar de zonsondergang die weerkaatst in de wolken die onder ons de krater zijn binnengedreven. Hongerig schrokken we kip, mie goreng en groente naar binnen. De gids legt uit dat we ’s nachts om 02.15 uur gewekt zullen worden om naar de top te lopen. Slapen lukt een paar uur goed, daarna voelen we de kou door de dunne matjes en slaapzakjes kruipen.

Om 03.00 uur start een grote uittocht uit het basiskamp. Vooral de fanatieke bergwandelaars uit Singapore vallen op. Ze zijn van top tot teen gekleed in professionele sportkleding, hebben hoofdlampen als vuurtorens en planten bij iedere stap hun stokken ferm in de grond. Na een uur klimmen maakt de laatste begroeing plaats voor rots. Het pad bestaat uit gruis. Licht lavegesteente waarbij je een halve stap terugzakt met iedere stap die je neemt. De groep valt weer uiteen. Komt in groepjes bij elkaar en valt weer uiteen. Het lint van lichtjes boven ons verandert langzaam in kleurige stippen in blauwig ochtendlicht. We passeren scheldende mensen en verdoofd voor zich uitstarende mensen. De vulkaan schraapt je leeg tot op het laatste beetje energie. We schreeuwen elkaar aanmoedigingen toe. De groep is hecht geworden de afgelopen uren. Een minuut voor zonsopgang ploft ons laatste groepslid op de top neer. Ingepakt in mutsen en slaapzakken kijken we uit over het eiland. De zon straalt, maar verdrijft de kou nog niet. Na het vereeuwigen van onze trotse tronies op 3700 meter hoogte verlaten we snel de gure top. Afdalen in het gruis is nog pittig genoeg, maar we zijn uit de wind, minder buiten adem en vergapen ons aan het uitzicht. Linksonder ons ligt een wolkendek. Einde van de ochtend dalen we af tot we er middenin zitten. Het energieniveau is dan net zo hard gedaald als wij zelf.

Het kratermeer is prachtig blauw als we aan de oever lunchen. Daarna gaan we omhoog naar de top van de andere kraterwand. Wederom slapen we op 2600 meter. Niemand gaat later dan 18.00 uur naar bed. Onze heupen zijn nog blauw van de rotsgrond van de nacht ervoor, maar slapen lukt! De afdaling op de laatste dag is ronduit vervelend. Onze knieen doen pijn, het doel ligt achter ons, er zijn weinig uitzichten vanuit het bos dat we doorkruisen en het pad is eigenlijk een kilometers lange trap die we afdalen. De gesprekken verstommen. De concentratie van iedereen is gericht op het behalen van de eindstreep. Nog een groepsfoto daar voor we ieder onze eigen kant opgaan. De koek is op. Slaap, slaap, slaap. Dat is alles wat iedereen wil.

De week na de beklimming lopen we rond als houten poppen. Lachend om onze stramheid. Iedere traptrede is een obstakel en simpel heuvelafwaarts lopen is al een efficiente vorm van zelfkastijding.

Nog nooit zijn we zo in de wolken geweest als op de Rinjani. Wat een rauwe natuurpracht. Een van de hoogtepunten. Zeker weten!!!!

Advertenties

3 reacties Voeg uw reactie toe

  1. Anoniem schreef:

    knappe prestatie op zo’n hoogte

  2. zebbie schreef:

    trots!! wat een ervaring en achievement lieverds!! een zware trip maar het was de moeite waard zo klinkt het! xx

  3. Carleen schreef:

    Haha Maaik! Als ik dit lees moet ik aan afgelopen week in Zwitserland denken. Na de afdaling, off road, van de Frundenhutte had ik zoveel spierpijn dat trapjes en bergaf lopen ook een opgave waren ;) Ook daar is het uitzicht nog steeds prachtig, alleen zal het niet tippen aan Lombok!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s